Logistiek ABC: de begrippen uitgelegd

Home › Kennisbank

Logistiek ABC: de begrippen uitgelegd

Bijgewerkt 1 oktober 2026

Transport heeft een eigen vocabulaire, en het meeste ervan staat nergens uitgelegd. Hieronder de begrippen die u in offertes, vrachtbrieven en planningsgesprekken tegenkomt, gegroepeerd per onderwerp in plaats van alfabetisch.

Documenten

Vrachtbrief. Het document dat de vervoerovereenkomst vastlegt tussen afzender en vervoerder, ondertekend door beide en bij aflevering door de geadresseerde. Bewijst wat is meegegeven en in welke staat het aankwam.

CMR. Het verdrag uit 1956 dat geldt bij internationaal wegvervoer, en in het dagelijks spraakgebruik ook de vrachtbrief die daarbij hoort.

AVC. De Algemene Vervoercondities, de standaardvoorwaarden voor binnenlands wegvervoer in Nederland. Geen wet, maar voorwaarden die gelden doordat partijen ze van toepassing verklaren.

e-CMR. De elektronische vrachtbrief, mogelijk gemaakt door een aanvullend protocol uit 2008, met dezelfde rechtskracht tussen landen die het hebben geratificeerd.

Pakbon. Hoort bij de levering aan de klant en beschrijft de inhoud van de zending. Regelt niets over het vervoer en is geen afleverbewijs in juridische zin.

Voorbehoud. De opmerking die de vervoerder bij inlading of aflevering op de vrachtbrief zet. Zonder voorbehoud geldt het vermoeden dat alles in goede staat was.

Planning en uitvoering

Ritplanning. Het indelen van zendingen over wagens en chauffeurs, inclusief volgorde en tijden. Soms ritplanning, soms transportplanning genoemd; hetzelfde werk.

Leveringsvenster. De periode waarbinnen een zending gelost mag worden. Buiten het venster aankomen betekent wachten of niet lossen.

Dockslot. Een gereserveerd tijdvak aan een laad- of losdeur. Gebruikelijk bij distributiecentra en veilingen, waar meerdere wagens tegelijk aankomen.

Standtijd of wachttijd. De tijd dat een wagen staat te wachten om geladen of gelost te worden. Vrijwel altijd het onderwerp van discussie, en vrijwel altijd slecht gedocumenteerd.

Charter. Vervoer dat u uitbesteedt aan een andere vervoerder. Een charterrit staat in uw planning maar wordt door iemand anders gereden.

Cross-docking. Goederen komen binnen en gaan vrijwel direct weer uit, zonder opslag. De sorteerslag gebeurt op het dock in plaats van in een magazijn.

Lading en materieel

Laadmeter. Een meter laadvloer over de volle breedte van de oplegger. De eenheid waarin ruimte wordt verkocht, belangrijker dan gewicht bij volumineuze lading.

Fust. Herbruikbare verpakking en dragers: kratten, stapelwagens, dollys, pallets. Gaat mee met de zending en moet terugkomen, waardoor het een eigen administratie krijgt.

Stapelwagen of CC-container. De rolcontainer die in de sierteelt standaard is. Wordt geteld, geruild en verrekend, en is in de praktijk een bron van veel verschilposten.

Emballage. Verzamelterm voor verpakkingsmateriaal dat retour moet. In de bloemen- en groentesector vrijwel synoniem met fust.

Laadvermogen. Het gewicht dat een wagen mag vervoeren. Niet te verwarren met laadmeters: een wagen kan vol zijn in meters en leeg in kilos, of omgekeerd.

Systemen

TMS. Transport Management System: de software waarin orders, planning, uitvoering en facturatie van wegtransport samenkomen.

WMS. Warehouse Management System: de software voor magazijnprocessen, van ontvangst tot orderpicken. Een ander systeem met een andere taak dan een TMS.

EDI. Elektronische uitwisseling van berichten tussen bedrijven volgens een afgesproken formaat, bijvoorbeeld om orders binnen te krijgen zonder overtypen.

API. Een koppeling waarmee twee systemen direct gegevens uitwisselen. Moderner en flexibeler dan klassieke EDI, met hetzelfde doel: niets opnieuw invoeren.

Telematica. De apparatuur en software die positie, rijgedrag en voertuiggegevens doorgeven. Levert de werkelijke tijden waarmee een planning kan worden bijgesteld.

FAQ

Wat is het verschil tussen een TMS en een WMS?

Een TMS plant en administreert vervoer: orders, ritten, documenten en facturatie. Een WMS bestuurt een magazijn: ontvangst, locaties, orderpicken. Veel bedrijven gebruiken beide en koppelen ze.

Is fust hetzelfde als emballage?

In de praktijk worden ze door elkaar gebruikt. Fust slaat meestal op de dragers zelf, zoals kratten en stapelwagens; emballage is het bredere begrip voor alles wat retour moet.

Waarom worden laadmeters gebruikt in plaats van kubieke meters?

Omdat lading zelden tot het dak gestapeld kan worden. Een laadmeter beschrijft de vloerruimte die een zending bezet, en dat is wat de ruimte in een oplegger werkelijk beperkt.

Wat is het verschil tussen standtijd en wachttijd?

Ze worden vaak door elkaar gebruikt. Beide beschrijven tijd waarin de wagen stilstaat bij laden of lossen. Belangrijker dan de term is of de werkelijke tijden zijn vastgelegd, want daar gaat de discussie over.

Deze begrippen in uw eigen administratie

Vrachtbrieven, fust, vensters en dockslots zitten in Retrack TMS in dezelfde ritregistratie, zodat u ze niet op drie plekken bijhoudt.

Bekijk transportplanning software